Geen rust heeft opa Harrij Schmeitz sinds twee veroordeelde zedendelinquenten na hun strafzaak terug in hun wijk in Den Bosch zijn komen wonen. Hoe het toezicht op de mannen verloopt, weten Harrij en andere omwonenden niet en dat baart hen zorgen. Reclassering Nederland legt daarom in zijn algemeenheid uit hoe dat toezicht in zijn werk gaat.
“Dit kan niet waar zijn.” Dat was de eerste gedachte die door het hoofd van Harrij schoot toen hij las dat zijn buurtgenoten waren veroordeeld voor het misbruiken van hun pleegkinderen en hond. De mannen waren voor hem geen onbekenden. Hij had ze in de loop der jaren gezien in de buurt en op de verjaardagen van zijn kleinkinderen.
“We waren zelfs een beetje trots op ze. Dat je mensen in de buurt hebt die pleegkinderen in hun gezin willen opnemen”, blikt hij terug. Dat mensen die hij goed kent een paar jaar later veroordeeld worden voor deze feiten, raakt Harrij diep.
De situatie beheerst al maanden zijn familie. “We leven in een hel. Je bent een stuk vrijheid kwijt. Mijn dochter vraagt of ik wil oppassen als zij iets in huis wil doen. Dan zijn de kinderen in de tuin aan het spelen en moet ik opletten of de buren niet uit het raam de tuin in kijken of beelden maken.”
De opa en oud-voorzitter van het jeugdwerk in de wijk schreef een open brief om de zorgen van de buurt te verwoorden. “Wij zijn bang dat het nog een keer misgaat. Aan het einde van de straat zit een speeltuintje, voetbalveldje, hondenuitlaatveld, een dansschool en een basisschool.” Ook een incident half juli waarbij een bierflesje tegen het huis van de mannen werd gegooid, heeft het veiligheidsgevoel van omwonenden verminderd, vertelden zij eerder.
Hoe het toezicht en de controle op de mannen er precies uitziet vanuit de gemeente en reclassering, weet de buurt niet en dat baart hen zorgen. De gemeente Den Bosch kan vanwege de privacy weinig tegen omwonenden zeggen over de zaak.
In de brief doet opa Harrij daarom een oproep naar de gemeente om te kijken wat zij wél kunnen doen en communiceren. “Ik wil geen eigen rechter spelen. Ik wil niemand aan de schandpaal nagelen. Maar ik vind wél dat we als samenleving de moeilijke vraag mogen stellen hoe we omgaan met veroordeelde zedendelinquenten wanneer zij terugkeren naar een omgeving met veel kinderen”, schrijft hij.
De gemeente Den Bosch laat weten dat er bij vragen en verzoeken vanuit de buurt altijd gekeken wordt naar wat er wel en niet mogelijk is. Ook wordt er extra gesurveilleerd bij het huis en wordt de situatie continu gemonitord. “Als de omstandigheden daar aanleiding toe geven, wordt opnieuw beoordeeld of aanvullende maatregelen noodzakelijk zijn.”
Lees in dit artikel de hele reactie van de gemeente en van Steven van H. en Mattias T. zelf.